Vaststellingsovereenkomst en WW-uitkering: waar je op moet letten

Je werkgever legt een vaststellingsovereenkomst op tafel. Je krijgt een transitievergoeding aangeboden, een einddatum en de belofte dat je netjes uit elkaar gaat. Klinkt redelijk. Maar wat betekent dit voor je WW-uitkering? De realiteit is dat een verkeerd opgestelde VSO je maanden WW kan kosten. In dit artikel leggen we uit hoe je dat voorkomt.

Wat is een vaststellingsovereenkomst (VSO)?

Een vaststellingsovereenkomst is een schriftelijke overeenkomst waarmee werkgever en werknemer samen het dienstverband beëindigen. Anders dan bij ontslag via het UWV of de kantonrechter, is er geen ontslagprocedure nodig. Beide partijen spreken de voorwaarden af: einddatum, vergoeding, vrijstelling van werk, en verdere afwikkeling.

De juridische basis staat in artikel 7:900 BW (vaststellingsovereenkomst) en artikel 7:670b BW (beëindiging met wederzijds goedvinden). De VSO wordt ook wel een beëindigingsovereenkomst genoemd. Het verschil met een opzegging: bij een VSO stemt de werknemer in met het ontslag.

Een VSO bevat doorgaans de volgende onderdelen:

  • De einddatum van het dienstverband
  • De hoogte van de transitievergoeding (of een hogere ontslagvergoeding)
  • Afspraken over vrijstelling van werk tijdens de opzegtermijn
  • Een finale kwijting (geen verdere claims over en weer)
  • De reden van beëindiging (cruciaal voor WW)
  • Eventueel een concurrentie- en relatiebeding
  • Afspraken over het getuigschrift, vakantiedagen en bonus

Belangrijk: je bent nooit verplicht een VSO te tekenen. Het is een aanbod van je werkgever. Je kunt onderhandelen over de voorwaarden, of het aanbod weigeren. Na ondertekening heb je een wettelijke bedenktermijn van 14 dagen (artikel 7:670b lid 2 BW). Binnen die termijn mag je de overeenkomst zonder opgaaf van reden herroepen. Als je werkgever je niet schriftelijk wijst op deze bedenktermijn, wordt deze verlengd naar 21 dagen.

Heb je recht op WW na een vaststellingsovereenkomst?

Ja, mits de VSO correct is opgesteld. Het UWV beoordeelt een WW-aanvraag na een VSO aan de hand van dezelfde criteria als bij regulier ontslag. Het uitgangspunt is dat je niet verwijtbaar werkloos mag zijn. Dat betekent: het initiatief voor het ontslag moet bij de werkgever liggen, niet bij jou.

Het feit dat je instemt met de VSO maakt je niet automatisch verwijtbaar werkloos. Het UWV begrijpt dat een werknemer akkoord gaat om een langdurige en kostbare procedure te voorkomen. De formulering in de VSO is daarbij doorslaggevend.

In de praktijk keurt het UWV de WW-aanvraag goed als de VSO vermeldt dat het ontslag plaatsvindt op initiatief van de werkgever, bijvoorbeeld wegens bedrijfseconomische redenen, een verstoorde arbeidsrelatie, of een reorganisatie. Het woord "met wederzijds goedvinden" is daarbij standaard en vormt geen probleem.

De drie voorwaarden voor WW na een VSO

Het UWV toetst drie voorwaarden voordat je een WW-uitkering ontvangt. Voldoe je aan alle drie, dan wordt je aanvraag goedgekeurd.

1. De wekeneis: 26 uit 36 weken gewerkt

Je moet in de 36 weken voorafgaand aan je eerste werkloosheidsdag minimaal 26 weken hebben gewerkt. Het maakt niet uit hoeveel uur per week; ook een contract van 8 uur per week telt mee. Weken met ziekte, vakantie of zwangerschapsverlof tellen niet mee als gewerkte weken, maar worden ook niet van de 36 weken afgetrokken (de referteperiode wordt dan verlengd).

2. Geen verwijtbare werkloosheid

Je mag niet zelf het initiatief hebben genomen voor het ontslag. In de VSO moet duidelijk staan dat de werkgever de arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen. Vermijd formuleringen als "werknemer heeft aangegeven te willen vertrekken" of "in onderling overleg op initiatief van werknemer". Gebruik in plaats daarvan: "werkgever heeft het initiatief genomen tot beëindiging wegens [reden]".

Ook ontslag op staande voet gevolgd door een VSO (een schikking) kan problemen opleveren. Als het UWV oordeelt dat er een dringende reden was voor het ontslag en jij verwijtbaar hebt gehandeld, verlies je je WW-recht. Dit geldt bijvoorbeeld bij diefstal, fraude of herhaaldelijk werkweigering.

3. Beschikbaar voor de arbeidsmarkt

Je moet direct beschikbaar zijn voor werk en actief solliciteren. Een concurrentiebeding dat je verbiedt om bij vergelijkbare werkgevers te solliciteren kan je WW-recht in gevaar brengen. Als het UWV constateert dat je door eigen toedoen je kansen op de arbeidsmarkt beperkt, kan de uitkering worden geweigerd of gekort.

Fictieve opzegtermijn: waarom dit cruciaal is voor je WW

De fictieve opzegtermijn is het onderdeel van de VSO dat de meeste werknemers verrast. Het UWV hanteert een fictieve opzegtermijn: de wettelijke opzegtermijn die je werkgever had moeten aanhouden bij een regulier ontslag via het UWV. Deze termijn wordt afgetrokken van de einddatum in de VSO.

De wettelijke opzegtermijn voor de werkgever (artikel 7:672 BW) is:

  • 1 maand bij een dienstverband korter dan 5 jaar
  • 2 maanden bij een dienstverband van 5 tot 10 jaar
  • 3 maanden bij een dienstverband van 10 tot 15 jaar
  • 4 maanden bij een dienstverband van 15 jaar of langer

Voorbeeld: je tekent op 1 maart een VSO met einddatum 1 april. Je hebt 8 jaar dienstverband, dus de fictieve opzegtermijn is 2 maanden. Het UWV telt 2 maanden vanaf de ondertekeningsdatum: 1 maart + 2 maanden = 1 mei. Je WW gaat pas op 1 mei in. Tussen 1 april (einde contract) en 1 mei (start WW) ontvang je noch salaris, noch een uitkering. Dat is een maand zonder inkomen.

De oplossing: zorg dat de einddatum in de VSO ruim genoeg na de ondertekeningsdatum ligt om de volledige fictieve opzegtermijn te dekken. In het voorbeeld hierboven zou een einddatum van 1 mei of later het probleem voorkomen. Je kunt ook afspreken dat je gedurende de opzegtermijn wordt vrijgesteld van werk met behoud van salaris.

Let op bij een cao: sommige cao's kennen langere opzegtermijnen dan de wettelijke termijn. Het UWV hanteert altijd de termijn die in de arbeidsovereenkomst of cao staat, niet de wettelijke minimumtermijn.

Valkuilen die je WW in gevaar brengen

Een VSO lijkt soms eenvoudig, maar kleine details kunnen grote gevolgen hebben voor je uitkering. Dit zijn de meest voorkomende valkuilen:

1. Verkeerde ontslagreden in de VSO

Als de VSO vermeldt dat je zelf ontslag hebt genomen of dat je wegens disfunctioneren wordt ontslagen zonder dat er een verbetertraject is doorlopen, kan het UWV je aanvraag afwijzen. De ontslagreden moet neutraal of in het voordeel van de werknemer zijn geformuleerd: reorganisatie, bedrijfseconomische omstandigheden of een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie zijn veilige gronden.

2. Te korte einddatum (fictieve opzegtermijn niet gerespecteerd)

Zoals hierboven uitgelegd: als de einddatum te vroeg valt, ontstaat er een gat tussen het einde van je contract en de start van je WW. Je werkgever heeft er geen last van (die is van je af), maar jij zit zonder inkomen. Reken de fictieve opzegtermijn altijd zelf na.

3. Geen finale kwijting voor het concurrentiebeding

Een concurrentiebeding dat na het einde van je contract blijft gelden, beperkt je mogelijkheden om snel nieuw werk te vinden. Het UWV verwacht dat je actief solliciteert. Als je kunt aantonen dat het concurrentiebeding je daarin belemmert, kun je een uitkering krijgen, maar het is een risico dat je beter kunt vermijden. Neem in de VSO op dat het concurrentiebeding vervalt per einddatum.

4. Vergoeding verrekenen met de WW

De transitievergoeding wordt niet verrekend met je WW-uitkering. Dat is een veelvoorkomend misverstand. De vergoeding is een eenmalige betaling en heeft geen invloed op de hoogte of duur van je WW. Dit geldt ook voor een hogere ontslagvergoeding dan de wettelijke transitievergoeding.

5. Ziek op het moment van tekenen

Als je ziek bent, is tekenen van een VSO riskant. Je werkgever mag je niet ontslaan tijdens ziekte (opzegverbod, artikel 7:670 BW). Een VSO tijdens ziekte kan ertoe leiden dat het UWV je WW-aanvraag afwijst. Bovendien loop je het recht op een Ziektewetuitkering mis. Teken geen VSO als je ziek bent, tenzij je juridisch advies hebt ingewonnen.

Hoe lang duurt een WW-uitkering?

De duur van je WW-uitkering hangt af van je arbeidsverleden. Het UWV onderscheidt twee onderdelen:

Basisperiode (voor iedereen)

Als je aan de wekeneis voldoet (26 uit 36 weken), krijg je minimaal 3 maanden WW.

Verlengde uitkering (op basis van arbeidsverleden)

Als je in ten minste 4 van de laatste 5 kalenderjaren hebt gewerkt (de jareneis), wordt de duur verlengd op basis van je totale arbeidsverleden:

  • Over de eerste 10 jaar: 1 maand WW per gewerkt jaar
  • Voor elk jaar boven de 10 jaar: 0,5 maand WW per extra jaar
  • Maximum: 24 maanden

Rekenvoorbeeld: je hebt 18 jaar gewerkt. De eerste 10 jaar leveren 10 maanden WW op. De overige 8 jaar leveren 4 maanden op (8 × 0,5). Totaal: 14 maanden WW.

De hoogte van de uitkering: de eerste 2 maanden ontvang je 75% van je dagloon, daarna 70%. Het maximumdagloon in 2026 bedraagt 274,44 bruto per dag (dat komt neer op maximaal circa 4.812,- bruto per maand).

Transitievergoeding bij een VSO: hoeveel krijg je?

Bij een VSO ben je wettelijk niet verplicht een transitievergoeding te ontvangen. De transitievergoeding is namelijk gekoppeld aan opzegging door de werkgever of ontbinding via de rechter (artikel 7:673 BW). Bij een VSO spreken partijen zelf de vergoeding af.

In de praktijk bieden werkgevers vrijwel altijd minimaal de wettelijke transitievergoeding aan. De reden: als een werknemer de VSO weigert, moet de werkgever alsnog een ontslagprocedure starten, waarbij de rechter de transitievergoeding zal toekennen. Het is dus in het belang van de werkgever om minimaal dat bedrag aan te bieden.

De wettelijke transitievergoeding in 2026 bedraagt 1/3 bruto maandsalaris per dienstjaar, met een wettelijk maximum van 102.000,- bruto (of een jaarsalaris als dat hoger is). Bereken hier je exacte transitievergoeding, inclusief de netto uitbetaling na belasting.

Overigens: je kunt onderhandelen over een hogere vergoeding dan de wettelijke transitievergoeding. Factoren die je onderhandelingspositie versterken zijn onder andere een lang dienstverband, een sterk dossier (je functioneerde goed), of het feit dat de werkgever snel van je af wil. Een vergoeding van 1,5 tot 2 keer de wettelijke transitievergoeding is bij onderhandeling niet ongebruikelijk.

Stappenplan: VSO tekenen zonder je WW te verliezen

Volg deze stappen om je WW-recht te beschermen:

Stap 1: Controleer de ontslagreden

De VSO moet vermelden dat het ontslag op initiatief van de werkgever plaatsvindt. Acceptabele redenen: reorganisatie, bedrijfseconomische omstandigheden, verschil van inzicht over de functie-invulling, of een verstoorde arbeidsrelatie.

Stap 2: Reken de fictieve opzegtermijn na

Tel de wettelijke opzegtermijn op bij de ondertekeningsdatum. De einddatum in de VSO moet na die datum vallen. Zo voorkom je een gat tussen je laatste salaris en de start van je WW.

Stap 3: Laat het concurrentiebeding vervallen

Neem expliciet op dat het concurrentie- en relatiebeding per einddatum komt te vervallen. Dit vergroot je kansen op de arbeidsmarkt en voorkomt discussie met het UWV.

Stap 4: Bereken je transitievergoeding

Controleer of het aangeboden bedrag minimaal gelijk is aan de wettelijke transitievergoeding. Gebruik onze calculator om het exacte bedrag te berekenen op basis van je dienstverband en salaris.

Stap 5: Meld je op tijd bij het UWV

Je kunt je WW-uitkering aanvragen tot 1 week na je eerste werkloosheidsdag. Doe dit op tijd. Te laat aanvragen kan leiden tot verlies van uitkeringsdagen.

Stap 6: Gebruik de bedenktermijn

Na ondertekening heb je 14 dagen (of 21 dagen als je werkgever je niet wijst op de bedenktermijn) om de VSO te herroepen. Gebruik die tijd om de overeenkomst te laten controleren door een jurist of vakbond.

Belasting over de transitievergoeding

De transitievergoeding wordt belast als loon uit vroegere dienstbetrekking (box 1). Je werkgever houdt loonheffing in bij uitbetaling. Afhankelijk van je inkomen in het jaar van uitbetaling kan de effectieve belastingdruk variëren van 35,75% tot 49,50% (belastingschijven 2026).

Een strategie die veel werknemers overwegen: de transitievergoeding laten storten op een stamrecht-bankspaarrekening of gebruiken voor een opleiding. Sinds 2014 is het stamrecht vervallen voor nieuwe gevallen, maar je kunt de vergoeding nog wel gebruiken voor omscholing of als startkapitaal voor een onderneming.

De transitievergoeding staat los van je WW-uitkering. Het ontvangen van een vergoeding heeft geen invloed op de hoogte of duur van je WW. Dit is wettelijk vastgelegd en wordt regelmatig bevestigd door het UWV.

Veelgestelde vragen

Heb ik recht op WW als ik een vaststellingsovereenkomst teken?

Ja, in de meeste gevallen wel. Je moet aan drie voorwaarden voldoen: je hebt minimaal 26 van de laatste 36 weken gewerkt, het initiatief tot ontslag ligt bij de werkgever (niet verwijtbaar werkloos), en je houdt rekening met de fictieve opzegtermijn. Als de VSO correct is opgesteld, behoudt je je WW-recht.

Wat is de fictieve opzegtermijn bij een VSO?

De fictieve opzegtermijn is de wettelijke opzegtermijn die je werkgever had moeten hanteren bij een regulier ontslag. Het UWV rekent deze termijn mee vanaf de ondertekeningsdatum van de VSO. Pas na afloop van de fictieve opzegtermijn gaat je WW-uitkering in. Tijdens deze periode ontvang je geen uitkering, maar je loon loopt door als dat zo is afgesproken in de VSO.

Hoe lang duurt een WW-uitkering in 2026?

De WW-uitkering duurt minimaal 3 maanden en maximaal 24 maanden. De eerste 2 maanden ontvang je 75% van je dagloon, daarna 70%. De duur hangt af van je arbeidsverleden: je krijgt 1 maand WW per gewerkt jaar over de eerste 10 jaar, en een halve maand per extra jaar daarna.

Kan ik mijn WW-recht verliezen door een fout in de VSO?

Ja. De drie meest voorkomende fouten zijn: een te korte of ontbrekende fictieve opzegtermijn (waardoor je WW later ingaat dan verwacht), de formulering dat je zelf ontslag hebt genomen (verwijtbaar werkloos), en het instemmen met een concurrentiebeding dat je sollicitatiemogelijkheden beperkt. Laat de VSO altijd controleren voor ondertekening.

Mag ik een vaststellingsovereenkomst weigeren?

Ja, je bent nooit verplicht een VSO te tekenen. Na ondertekening heb je bovendien een wettelijke bedenktermijn van 14 dagen (artikel 7:670b lid 2 BW) waarin je de VSO zonder opgaaf van reden kunt herroepen. Als je werkgever je niet schriftelijk wijst op deze bedenktermijn, wordt de termijn verlengd naar 21 dagen.

Bereken je transitievergoeding