Belasting over je transitievergoeding in 2026

Bijgewerkt: 4 maart 2026 · Leestijd: 8 minuten

Je hebt recht op een transitievergoeding, maar hoeveel houd je daar netto van over? Dat is de vraag die de meeste werknemers bezighoudt. De transitievergoeding wordt namelijk belast als inkomen in box 1. Afhankelijk van je jaarinkomen betaal je tussen de 35% en bijna 50% belasting over het bedrag. In dit artikel leggen we uit hoe de belastingheffing werkt, rekenen we drie voorbeelden door en laten we zien hoe je legaal belasting kunt besparen.

Hoe wordt de transitievergoeding belast?

De transitievergoeding is fiscaal gezien gewoon inkomen uit arbeid. Het valt in box 1 van de inkomstenbelasting, net als je reguliere salaris. De Belastingdienst telt de transitievergoeding op bij je jaarinkomen en berekent daar de totale belasting over.

In de praktijk houdt je werkgever bij uitbetaling direct loonheffing in. Dit gebeurt tegen het zogenaamde bijzonder tarief (tabel bijzondere beloningen). Dit is een geschat percentage op basis van je jaarloon. Pas bij je definitieve aangifte inkomstenbelasting wordt het exacte bedrag vastgesteld.

Dat betekent dat je na de aangifte geld kunt terugkrijgen of juist moet bijbetalen, afhankelijk van het verschil tussen het ingehouden bijzonder tarief en je werkelijke belastingdruk.

De belastingschijven van 2026

In 2026 gelden drie belastingschijven voor inkomen in box 1. Het tarief loopt op naarmate je meer verdient:

Schijf Belastbaar inkomen Tarief
Schijf 1 Tot en met €38.883 35,75%
Schijf 2 Van €38.883 tot €78.426 37,56%
Schijf 3 Vanaf €78.426 49,50%

Het belangrijkste om te begrijpen: je transitievergoeding wordt opgeteld bij je reguliere jaarinkomen. Hoe hoger je salaris, hoe groter het deel van de vergoeding dat in een hogere schijf valt. Iemand met een inkomen van 42.000 euro betaalt verhoudingsgewijs minder belasting over dezelfde transitievergoeding dan iemand met een inkomen van 90.000 euro.

De difference-methode: hoe wordt je netto berekend?

Om te bepalen hoeveel belasting je betaalt over de transitievergoeding, gebruikt de Belastingdienst de difference-methode. In plaats van een vast percentage over de vergoeding te heffen, wordt gekeken naar het verschil in belasting met en zonder de transitievergoeding.

De berekening gaat als volgt:

  1. Bereken de totale belasting over je jaarinkomen zonder de transitievergoeding.
  2. Bereken de totale belasting over je jaarinkomen met de transitievergoeding erbij opgeteld.
  3. Het verschil tussen stap 2 en stap 1 is de belasting die je betaalt over de transitievergoeding.

Deze methode is eerlijker dan een vast percentage, omdat de belasting precies aansluit bij de schijven waarin het bedrag valt. Verdien je 35.000 euro per jaar? Dan valt een deel van je transitievergoeding in schijf 1 (35,75%) en een deel in schijf 2 (37,56%). De difference-methode houdt daar rekening mee.

Bijzonder tarief vs. regulier tarief

Bij de uitbetaling van je transitievergoeding houdt je werkgever loonheffing in volgens de tabel voor bijzondere beloningen. Dit tarief is een schatting: de werkgever kijkt naar je laatst bekende jaarloon en past daar een vast percentage op toe.

Het bijzonder tarief wijkt vaak af van het werkelijke tarief dat je bij de definitieve aangifte betaalt. De redenen:

  • De werkgever houdt geen rekening met heffingskortingen die je bij de aangifte wel claimt.
  • Bij werkloosheid na ontslag is je daadwerkelijke jaarinkomen lager dan het jaarloon waarop het bijzonder tarief is gebaseerd.
  • Aftrekposten (hypotheekrenteaftrek, giften) verlagen je belastbaar inkomen bij de aangifte.

In de praktijk krijgen veel werknemers na de aangifte inkomstenbelasting een deel van de ingehouden loonheffing terug. Dit is vooral het geval als je na je ontslag een periode werkloos bent geweest.

Drie rekenvoorbeelden: van modaal tot hoog inkomen

Hieronder rekenen we drie scenario's door met de difference-methode. We houden het eenvoudig: alleen de belastingschijven, zonder heffingskortingen. In de praktijk valt je netto bedrag dus iets hoger uit door de heffingskortingen.

Voorbeeld 1: Modaal inkomen (€42.000) + transitievergoeding van €15.000

Stap 1: Belasting zonder transitievergoeding

Schijf 1: €38.883 × 35,75% = €13.900,67

Schijf 2: (€42.000 − €38.883) = €3.117 × 37,56% = €1.170,75

Totaal: €15.071,42

Stap 2: Belasting met transitievergoeding

Totaal inkomen: €42.000 + €15.000 = €57.000

Schijf 1: €38.883 × 35,75% = €13.900,67

Schijf 2: (€57.000 − €38.883) = €18.117 × 37,56% = €6.804,75

Totaal: €20.705,42

Stap 3: Belasting over de transitievergoeding

€20.705,42 − €15.071,42 = €5.634,00 belasting

Effectief tarief: 37,56% (de volledige TV valt in schijf 2)

Netto: €15.000 − €5.634 = circa €9.366

Voorbeeld 2: Bovenmodaal inkomen (€65.000) + transitievergoeding van €30.000

Stap 1: Belasting zonder transitievergoeding

Schijf 1: €38.883 × 35,75% = €13.900,67

Schijf 2: (€65.000 − €38.883) = €26.117 × 37,56% = €9.809,55

Totaal: €23.710,22

Stap 2: Belasting met transitievergoeding

Totaal inkomen: €65.000 + €30.000 = €95.000

Schijf 1: €38.883 × 35,75% = €13.900,67

Schijf 2: (€78.426 − €38.883) = €39.543 × 37,56% = €14.852,35

Schijf 3: (€95.000 − €78.426) = €16.574 × 49,50% = €8.204,13

Totaal: €36.957,15

Stap 3: Belasting over de transitievergoeding

€36.957,15 − €23.710,22 = €13.246,93 belasting

Effectief tarief: 44,16% (de TV valt deels in schijf 2, deels in schijf 3)

Netto: €30.000 − €13.247 = circa €16.753

Voorbeeld 3: Hoog inkomen (€90.000) + transitievergoeding van €50.000

Stap 1: Belasting zonder transitievergoeding

Schijf 1: €38.883 × 35,75% = €13.900,67

Schijf 2: (€78.426 − €38.883) = €39.543 × 37,56% = €14.852,35

Schijf 3: (€90.000 − €78.426) = €11.574 × 49,50% = €5.729,13

Totaal: €34.482,15

Stap 2: Belasting met transitievergoeding

Totaal inkomen: €90.000 + €50.000 = €140.000

Schijf 1: €38.883 × 35,75% = €13.900,67

Schijf 2: (€78.426 − €38.883) = €39.543 × 37,56% = €14.852,35

Schijf 3: (€140.000 − €78.426) = €61.574 × 49,50% = €30.479,13

Totaal: €59.232,15

Stap 3: Belasting over de transitievergoeding

€59.232,15 − €34.482,15 = €24.750,00 belasting

Effectief tarief: 49,50% (de volledige TV valt in schijf 3)

Netto: €50.000 − €24.750 = circa €25.250

Samenvatting: drie scenario's naast elkaar

Modaal Bovenmodaal Hoog
Jaarinkomen €42.000 €65.000 €90.000
Bruto TV €15.000 €30.000 €50.000
Belasting €5.634 €13.247 €24.750
Effectief tarief 37,6% 44,2% 49,5%
Netto TV €9.366 €16.753 €25.250

Het verschil is aanzienlijk. Bij een modaal inkomen houd je circa 62% van je transitievergoeding over. Bij een hoog inkomen is dat nog maar 50,5%. Hoe hoger je inkomen, hoe groter het aandeel dat naar de Belastingdienst gaat.

Wil je precies weten wat jouw netto transitievergoeding is? Gebruik onze gratis calculator voor een berekening op maat.

Heffingskortingen: verlaging van je belasting

De bovenstaande berekeningen zijn op basis van de kale belastingschijven. In de praktijk betaal je minder door heffingskortingen. De twee belangrijkste:

  • Algemene heffingskorting: een basiskorting waar iedereen recht op heeft. In 2026 bedraagt deze maximaal circa 3.362 euro bij een inkomen tot 24.813 euro. De korting bouwt af naarmate je meer verdient en is nihil bij een inkomen boven 75.518 euro. Bij een modaal inkomen van 42.000 euro ontvang je nog een gedeeltelijke korting.
  • Arbeidskorting: een extra korting voor werkenden. Het maximale bedrag in 2026 is circa 5.599 euro bij een inkomen rond 39.958 euro. Bij hogere inkomens bouwt de korting af en is deze nihil boven circa 124.935 euro.

Het effect op je transitievergoeding: doordat de vergoeding je jaarinkomen verhoogt, kan het zijn dat je heffingskortingen versneld afbouwen. Dit kan het werkelijke belastingpercentage op de transitievergoeding iets hoger maken dan de kale schijftarieven suggereren. Dit is een subtiel effect dat alleen zichtbaar wordt bij de definitieve aangifte.

Belasting besparen op je transitievergoeding

Er zijn een aantal legale manieren om minder belasting te betalen over je transitievergoeding. De belangrijkste opties:

Scholing of opleiding (onbelast)

Als je werkgever de transitievergoeding (of een deel ervan) rechtstreeks besteedt aan een opleiding of cursus, is dat bedrag vrijgesteld van loonheffing. De voorwaarde: je werkgever betaalt de opleiding direct aan het opleidingsinstituut. Het geld mag niet eerst naar jou worden overgemaakt. Dit wordt vaak vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst.

Voorbeeld: bij een transitievergoeding van 15.000 euro bruto laat je 5.000 euro besteden aan een MBA-opleiding. Die 5.000 euro is onbelast. Over de resterende 10.000 euro betaal je wel belasting.

Outplacement (onbelast)

Net als bij scholing kan je werkgever de vergoeding (deels) besteden aan outplacement of loopbaanbegeleiding. De werkgever betaalt het outplacementbureau rechtstreeks, en dat bedrag is onbelast. Een outplacementtraject kost doorgaans tussen de 3.000 en 10.000 euro, afhankelijk van de duur en intensiteit.

Stamrecht-BV (afgeschaft sinds 2014)

Tot 2014 kon je je ontslagvergoeding onderbrengen in een stamrecht-BV en de belastingheffing uitstellen. Deze mogelijkheid is per 1 januari 2014 afgeschaft. Bestaande stamrechtaanspraken van voor die datum vallen nog onder het oude regime, maar voor nieuwe transitievergoedingen is dit geen optie meer.

Middelingsregeling (afgeschaft sinds 2023)

Tot en met 2022 kon je via de middelingsregeling je inkomen over drie aaneengesloten jaren middelen en zo belasting terugkrijgen als je inkomen sterk fluctueerde (bijvoorbeeld door een grote eenmalige transitievergoeding). Deze regeling is per 2023 afgeschaft. Je kunt dit niet meer toepassen op transitievergoedingen die je in 2023 of later ontvangt.

Pensioenaanvulling

In sommige gevallen kan een deel van de transitievergoeding worden ingezet voor pensioenaanvulling, mits je daarvoor fiscale ruimte hebt (de zogenaamde jaarruimte of reserveringsruimte). Dit vereist een individuele berekening door een financieel adviseur. Het voordeel: het bedrag is aftrekbaar in box 1 en verlaagt je belastbaar inkomen in het jaar van ontvangst.

Wat als je in december wordt ontslagen?

De timing van je ontslag en de uitbetaling van je transitievergoeding kan financieel verschil maken. Als je eind december wordt ontslagen, onderhandel dan of de uitbetaling in januari kan plaatsvinden. Waarom?

  • Lagere belastingdruk: in het nieuwe jaar begint de belastingheffing opnieuw. Als je in januari je baan verliest en niet direct een nieuwe baan hebt, is je jaarinkomen in dat jaar lager. Daardoor valt de transitievergoeding in lagere schijven.
  • Heffingskortingen: je hebt in het nieuwe jaar opnieuw recht op de volledige algemene heffingskorting en arbeidskorting. Bij een lager jaarinkomen bouw je deze kortingen minder snel af.
  • Twee keer schijf 1: als de transitievergoeding in hetzelfde jaar als je volledige salaris wordt uitbetaald, zit je jaarinkomen al boven de grens van schijf 1. Door de vergoeding naar het volgende jaar te schuiven, profiteer je opnieuw van het lagere tarief in schijf 1.

Concreet voorbeeld

Stel: je verdient 65.000 euro per jaar en ontvangt een transitievergoeding van 20.000 euro.

Uitbetaling in december 2026: je totale inkomen dat jaar is 85.000 euro. De transitievergoeding valt grotendeels in schijf 3 (49,50%).

Uitbetaling in januari 2027: je inkomen in 2027 is (bijvoorbeeld) 0 euro + WW-uitkering. De transitievergoeding valt grotendeels in schijf 1 (35,75%) en schijf 2 (37,56%). Dat kan je honderden tot ruim duizend euro schelen.

Let op: je werkgever is niet verplicht om mee te werken aan uitstel van betaling. Neem dit punt mee in de onderhandelingen over je vaststellingsovereenkomst.

Waarom het verschil tussen bruto en netto zo groot kan zijn

Veel werknemers schrikken wanneer ze zien hoeveel belasting er van hun transitievergoeding afgaat. Bij een modaal inkomen houd je netto zo'n 62 tot 65% over. Bij een hoog inkomen kan dat dalen tot net boven de 50%. Drie factoren verklaren het grote verschil:

  1. De transitievergoeding komt bovenop je salaris. Het wordt opgeteld bij je jaarinkomen. Omdat je salaris het laagste schijftarief al "opvult", valt de vergoeding automatisch in hogere schijven.
  2. Progressief belastingstelsel. Nederland kent oplopende tarieven. Hoe meer je verdient, hoe hoger het marginale tarief. De transitievergoeding kan volledig in het hoogste tarief (49,50%) vallen als je inkomen al boven de 78.426 euro ligt.
  3. Geen specifieke vrijstelling. Anders dan in sommige andere landen kent Nederland geen aparte vrijstelling of verlaagd tarief voor ontslagvergoedingen. De enige uitzondering is het besteden aan scholing of outplacement via de werkgever.

Het is daarom belangrijk om vooraf te weten wat je netto overhoudt. Gebruik onze transitievergoeding calculator om je persoonlijke situatie door te rekenen. De calculator past automatisch de belastingschijven 2026 en de difference-methode toe.

Samenvatting

  • De transitievergoeding wordt belast als inkomen in box 1, bovenop je reguliere salaris.
  • In 2026 gelden drie schijven: 35,75% (tot €38.883), 37,56% (tot €78.426) en 49,50% (daarboven).
  • De Belastingdienst berekent de belasting via de difference-methode: het verschil in belasting met en zonder de vergoeding.
  • Je werkgever houdt bij uitbetaling het bijzonder tarief in. Het exacte bedrag wordt pas vastgesteld bij je aangifte inkomstenbelasting.
  • Scholing en outplacement zijn de belangrijkste manieren om belasting te besparen. Het stamrecht en de middelingsregeling zijn afgeschaft.
  • Timing kan lonen: probeer de uitbetaling naar een jaar met lager inkomen te verschuiven als dat mogelijk is.
Bereken je netto transitievergoeding

Veelgestelde vragen

Hoeveel procent belasting betaal ik over mijn transitievergoeding?

Dat hangt af van je totale jaarinkomen. De transitievergoeding wordt opgeteld bij je reguliere inkomen en belast in box 1. In 2026 betaal je 35,75% over de eerste 38.883 euro, 37,56% over het deel tussen 38.883 en 78.426 euro, en 49,50% over alles daarboven. Het effectieve belastingpercentage op je transitievergoeding wordt berekend via de difference-methode: het verschil in belasting met en zonder de vergoeding.

Wordt de transitievergoeding als bijzonder tarief belast?

Ja, je werkgever houdt loonheffing in volgens de tabel voor bijzondere beloningen. Dit percentage is een schatting op basis van je jaarloon. Bij de definitieve aangifte inkomstenbelasting wordt het exacte bedrag bepaald op basis van de belastingschijven en heffingskortingen. Je kunt dus geld terugkrijgen of bijbetalen.

Kan ik belasting besparen op mijn transitievergoeding?

Ja. Als je werkgever de transitievergoeding (deels) rechtstreeks besteedt aan scholing of outplacement, is dat bedrag onbelast. Het geld moet dan wel direct door de werkgever aan de aanbieder worden betaald. De stamrecht-BV is sinds 2014 afgeschaft en de middelingsregeling sinds 2023, dus die mogelijkheden bestaan niet meer.

Wat is het verschil tussen bruto en netto transitievergoeding?

Je bruto transitievergoeding is het bedrag voor belasting, berekend op basis van de wettelijke formule (1/3 bruto maandsalaris per dienstjaar). Het netto bedrag is wat je daadwerkelijk op je rekening ontvangt na aftrek van loonheffing. Afhankelijk van je inkomen houdt de Belastingdienst tussen de 35% en 50% in. Bij een modaal inkomen van 42.000 euro en een transitievergoeding van 15.000 euro houd je netto circa 9.400 euro over.

Maakt het uit in welk jaar ik mijn transitievergoeding ontvang?

Ja, timing kan verschil maken. Als je in december wordt ontslagen, kan het voordeliger zijn om de uitbetaling naar januari te verschuiven. In het nieuwe jaar begint de belastingheffing opnieuw in de eerste schijf en heb je recht op nieuwe heffingskortingen. Dit scheelt vooral bij hogere inkomens honderden tot duizenden euro's netto.